postpartum depressie

POSTPARTUM DEPRESSIE

Op een vroege ochtend in december 2019 hoor ik dan eindelijk dat geluid waar ik al jaren op wacht, het huilen van ons eigen kindje. 

De weg naar die ochtend was niet gemakkelijk. Wanneer ik niet zwanger raak, cycli heb van meer dan 3 maand en ook nog eens gigantische haaruitval krijg wordt in 2018 gediagnostiseerd met PCOS, een hormoonafwijking waarbij er heel veel eitjes niet helemaal rijpen en er dus geen eisprong plaatsvindt. Ik mag beginnen met hormoonbehandelingen, maar dat voelt op dat moment niet goed. Ik geef mijzelf een “deadline” op mijn 28e verjaardag in april 2019 begin ik met de hormoonkuren mocht ik dan nog zwanger zijn. Mijn verbazing is heel erg groot als er op zondagochtend begin april twee streepjes op een zwangerschapstest staan.

Die ochtend in april is het begin van een hele spannende tijd, waar ik had verwacht alleen maar blijdschap te voelen voel ik vooral veel angst, angst dat ik ons ongeboren kindje ga verliezen, maar ook angst dat ik het moederschap niet aan kan, dat ik geen goede moeder zal zijn. Ook speelt mijn eetstoornis uit het verleden weer op wanneer mijn buik begint te groeien. Dat brengt een hoop tegenstrijdige en verwarrende gevoelens met zich mee. 

Wanneer ik 39 weken en 5 dagen zwanger ben begint dan de bevalling, ik loop de deur van ons huis uit om de auto in te gaan naar het ziekenhuis. Ik weet nog precies dat ik dacht, na vannacht gaat mijn leven nooit meer hetzelfde zijn.
Het eerste deel van de bevalling ging goed, maar ergens rond de 8cm ontsluiting sluipt de angst weer mijn hoofd in. Ik raak helemaal uit mijn flow, het lukt niet meer, het persen lukt niet. Uiteindelijk komt onze zoon ter wereld na een knip en een heftige vacuüm-verlossing. Het eerste beeld wat ik mij herinner is mijn zoon die helemaal blauw is, het is misschien maar een halve seconde geweest maar even denk ik dat hij niet leeft. Gelukkig zie mijn zoon zijn eerste teug adem nemen, hij huilt, ik had gedacht dat dit het mooiste moment van mijn leven zou zijn. Maar dat was het niet. Ik voel mij alsof ik gefaald heb, ik voel zoveel schuld richting het jongentje dat op mijn borst gelegd is. Hij is met zoveel geweld ter wereld gekomen, alleen maar omdat ik voor mijn gevoel gefaald heb in een van de dingen die wij als vrouwen zouden moeten kunnen, een kind ter wereld brengen. Niemand lijkt mijn verdriet te snappen, ik heb alles wat ik jarenlang heb gewild, en toch voel ik mij verdrietig en bang. 

Al tijdens de kraamtijd beginnen de herbelevingen naar de bevalling, ik kan niet rusten in de middag omdat ik het getrek aan mijn lijf dan weer voel. De angst in alles slaat mij steeds om mijn hart. Ik moet mijn kind beschermen. Ik google mij suf bij elk piepje, kreuntje, dingentje dat hij doet. Ik maak mijzelf gek van angst. Het helpt niet dat de borstvoeding in het begin niet lekker op gang komt en na de kraamweek blijkt dat onze zoon verborgen ondervoeding aan de borst heeft. Hij dronk genoeg om te plassen, maar niet genoeg om te groeien. 

Na de kraamweek begint hij te huilen, en niet gewoon huilen, hij krijst. Alles in mij zegt dat er iets met hem aan de hand is. Ik neem dr. Google weer ter hand en raak helemaal in paniek. Doe ik iets verkeerd? Waarom huilt hij? Steeds meer raak ik ervan overtuigd dat ik het moederschap helemaal niet aankan. Als ik helemaal gek word van het gehuil van mijn eigen kind? Dan ben ik toch gewoon geen goede moeder? Mijn zoon wordt steeds onrustiger en slaapt steeds slechter. Ik voel mijzelf afglijden in een depressie, wat ook weer angsten oproept want alle theorie over hechting, emotionele veiligheid, sensitieve responsiviteit die ik ken vanuit mijn werk als pedagoog gaan als een mallemolen door mijn hoofd. Ik vergroot alles uit en steeds vaker gaat de gedachte door mijn hoofd, als ik niet meer in zijn leven ben, als hij een goede moeder zou hebben. Dan zou alles zijn opgelost. Mijn zoon is dan 4 weken oud.

Als ik even een middagje alleen in de stad loop hoor ik gehuil, meteen schiet ik in complete stress, ik krijg midden in de winkel een paniekaanval. Dat is het moment dat bij mij de alarmbellen gaan rinkelen. Gelukkig kan ik snel bij de huisarts terecht die mij doorverwijst naar de praktijkondersteuner en uiteindelijk naar een psycholoog die een postpartumdepressie vast stelt. Maar die ondersteuning voelt nog niet als fijn en helpend want thuis is de situatie nog steeds onrustig. Ook voor mijn man is de situatie niet meer te doen. Bijna elke dag heeft hij mij compleet overstuur aan de telefoon omdat ik het niet meer weet. Maar hij weet het ook niet meer. Mijn zoon huilt nog steeds veel wat mijn angsten en nare gedachten vergroot. We gaan met hem naar een osteopaat om de spanning uit zijn nek weg te nemen. Dat lijkt iets te helpen, maar het huilen blijft. 

Als mijn zoon op een gegeven moment om 15.30 nog niet heeft geslapen bel ik ten einde raad huilend met een verpleegkundige van het consultatiebureau. Meer dan een uur hang ik met haar aan de telefoon, ze stelt mij een vraag die niemand tot dan toe heeft gevraagd. Als een ouder bij jou hiermee zou komen? Wat zou jij vanuit je professie adviseren. Met die vraag zet ze mij weer in mijn kracht. Door haar vragen maak ik zelf een plan, kom ik zelf weer tot antwoorden op mijn eigen vragen. 

Ik heb sinds de geboorte al het idee dat mijn zoon hyper alert is. Elke prikkel in z’n buurt vangt hij op We bedenken een vast plan hoe ik een dag kan indelen. Niet vast in de tijden, voeden gaat nog steeds op verzoek, maar wel vast in volgorde. We bedenken een bed ritueel wat voor mij te doen is, en hem rust geeft. Niet meer elke keer proberen op een andere manier en andere plek te laten slapen. Maar elke keer in hetzelfde bed, met hetzelfde muziekje en ik ernaast wrijvend over zijn handje. De eerste keer duurt het een twee uur voordat hij slaapt. De tweede dag slaapt hij na een uur en op dag 4 leg ik hem in bed, doet hij zijn ogen dicht en valt hij binnen 5 minuten in slaap. Ik kan wel huilen, en voor het eerst van geluk.

De verpleegkundige die mij zo fijn hielp aan de telefoon komt langs om video home training te doen. Door middel van beeldopnames laat ze zien hoe mijn zoon op mij reageert. Hoe hij zich door mij laat troosten. En hoe veilig hij zich bij mij voelt. Er is een fragment wat ik heel vaak heb terug gekeken waarbij ik tegen mijn zoon praat wanneer hij wat krampjes heeft, hij moppert wat en ik zeg tegen hem ah liefje, doet je buikje beetje pijn. Wanneer ik tegen hem praat trekt hij z’n mondhoek wat omhoog als een klein glimlachje en zie je hem haast denken. Ze snapt mij! Deze twee sessies zijn mij zo ongelofelijk dierbaar. Alle angsten voor hechtingsstoornissen, dat mijn zoon mij niet lief vindt en dat ik geen goede moeder ben worden hier onderuit gehaald. 

Tuurlijk, het is vanaf dat punt niet alleen rozengeur en maneschijn geweest. Er zijn dagen geweest dat ik van pure wanhoop maar ging meehuilen (wie heeft krampjes bedacht, arme baby’s) maar wat er wel veranderd was, was hoe ik ernaar keek. Met vertrouwen, morgen is er weer een dag en die dag is vast beter dan vandaag en is morgen niet beter? Dan morgen vast wel. 

Juni 2021 hou ik weer een positieve zwangerschapstest vast. Een spannende periode breekt weer aan omdat ik bang ben voor een herhaling van de eerste zwangerschap, bevalling en eerste tijd na de bevalling. Maar het grote verschil is dat ik deze keer mij beter voor kan bereiden. Ik durf te vertellen waar ik bang voor ben. Ik spreek veel met de verloskundige en mijn man over de bevalling. Ik verzamel een “digitaal” dorp van vrouwen om mij heen uit wie ik kracht en moed put en met wie ik alles durf te delen. Tot de dag van vandaag ben ik dankbaar voor hen want ze hebben mij zo veel gesteund als ik het even moeilijk vond. Ik koos ervoor om thuis in bad te bevallen. Ik maakte een duidelijk bevalplan en maakte mijn man de bewaker ervan. Die wist precies wat ik nodig had, en wat ik liever niet had. Op de bank (het bad zat nog niet vol, zo snel ging het) kwam onze tweede zoon ter wereld. In alle rust, in alle liefde en zonder angst. Een wereld van verschil met de start van de eerste. 

Waar ik mij wel op had verkeken is hoelang de overtrokken stressreactie van je lichaam op het huilen van een kleine baby blijft. Wanneer mijn tweede zoon in de kraamweek begint te huilen schiet mijn lichaam weer in standje stress. Maar doordat ik niet langer de overtuiging heb: ik ben een slechte moeder en dit komt door mij. Kan ik de stress de baas worden. Kan ik rustig ademen en tot 10 tellen en mijn jongste zoon troosten.
Misschien is dat ook een geruststelling voor iedereen die soort gelijk iets heeft meegemaakt. Bij een tweede kan het allemaal weer totaal anders zijn. Je hebt een ander kind als dat je de eerste keer had, jij bent als moeder anders. Jij bent niet de depressie. Om maar met de woorden van Matt Haig af te sluiten. Je kan in de regen lopen, je kan drijfnat worden. Maar je bent niet de regen.

Elene Blaas Top

Elene Blaas Top

Moeder van twee prachtige zoons

Leave a Comment